Een vreemd cluppie
Een paar jaar geleden ben ik de Quantified Self movement gaan volgen. Quantified Self staat voor het tracken, analyseren en onderzoeken van je eigen data. Dit kan het aantal stappen zijn dat je zet, maar ook je reisgedrag naar aanleiding van je agendadata gecombineerd met bijvoorbeeld je slaapdata. Ik heb iemand ontmoet die via foto’s de conditie van haar haar onderzocht en zo waardevolle informatie over haar gezondheidsklachten met haar artsen kon delen. Of wat te denken van Mark Carranza en zijn memory experiment waarbij hij in een soort DOS-programma (noem het een Memex) al jaren zijn gedachten en ontmoetingen vastlegt.

Ik realiseer me terwijl ik dit schrijf dat ik inmiddels meer meet (en analyseer) dan ik dacht. Zo meet ik mijn activiteit met een stappenteller, runkeeper en mijn telefoon. Mijn horloge meet mijn trainingsactiviteit en hartslag en zorgt dat ik voldoende sta op een dag. Focus@will zorgt voor een optimale focus op mijn werk en helpt mijn productiviteit te meten. Ik heb via uBiome inmiddels mijn darmflora en fauna in beeld én actie genomen door anders te gaan eten.

Serieus?
Gebruikelijk bij dit soort ontwikkelingen is dat mensen ze (zeker in het begin) niet serieus nemen. ‘Wie gaat er nou de hele dag van alles bijhouden en waarom zou je dat doen?’ heb ik jaren mogen aanhoren. Maar net als bij alle technologie gebeurt het onder je neus, maar heb je het misschien niet eens in de gaten. Als je zelf al niet van alles bijhoudt met apps als move, runkeeper of een calorieënteller, dan doet je applewatch, je fitbit of je telefoon dat wel. Zónder dat je het misschien zelf in de gaten hebt. De grote techjongens weten allang dat meten nuttig is. Ze meten je luister- (spotify), kijk- (netflix) en online gedrag (google/facebook), gebruiken je data over eten, drinken en reizen en verkopen hun analyses van jouw data aan de hoogste bieder.

Maar waarom dan?
Maar waarom zou je dan zélf van alles meten? Uit eigen ervaring weet ik inmiddels dat het bijhouden van mijn activiteiten me bewust maakt van mijn gedrag. Ik weet dat er een relatie is tussen hoe ik me voel, mijn productiviteit, de hoeveelheid slaap, het aantal stappen dat ik zet per dag, mijn hartslag en uiteraard hoeveel en wat ik eet en drink. Open deur? Ja natuurlijk! Maar in een wereld waar we steeds minder bewust lijken te worden van ons lichaam (en onze geest) voor mij een groot goed. En dan heb ik het nog niet eens over het enorme voordeel van al die (persoonlijke) data in relatie tot mijn gezondheid en vooral de gezondheidszorg. Wanneer ik ergens last van krijg hoef ik op een aantal gebieden niet meer te wachten op de resultaten van tests, kan ik zelf sneller actie ondernemen op mijn gedrag en ben ik zelf een nog belangrijker bron van informatie voor artsen. En als mijn horloge straks mijn bloedwaarden continu in de gaten houdt, wordt het pas echt interessant!

Waarom is Quantified Self zo’n relevante beweging? Omdat jij hier het onderzoek, de data en de resultaten deelt, met als doel samen wijzer en vooral gezonder te worden en niet per se zoveel mogelijk geld verdienen. Omdat jouw data van jou is en omdat jouw data anoniem, samen met de anonieme data van talloze anderen, buitengewoon waardevol is voor jou en de anderen die delen. Omdat voorkomen beter dan genezen is en met meer inzicht in gezonde leefgewoontes en aanpassingen aan ons gedrag de gezondheidszorg straks wél betaalbaar blijft!

Nu maar hopen dat medici, farmaceuten, producenten, verzekeraars en overheid vlot gaan inzien dat de vraag van wie persoonlijke data is niet aan hen is. Eigenaarschap van je eigen data is een fundamenteel recht en het is de plicht van iedereen daar zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan. Ondertussen blijf ik lekker zelf meten en kom ik steeds meer te weten.